Skip links

Belangrijke fiscale ontwikkelingen: tips voor ondernemers

S+DL Blog

Start nieuwe EU-KOR

De kleineondernemersregeling (KOR) is per 1 januari 2025 gewijzigd, als gevolg van nieuwe EU-regels waaraan alle EU-lidstaten moeten voldoen. Door deze wijziging is het mogelijk geworden voor een ondernemer in de ene EU-lidstaat om de KOR in een andere EU-lidstaat toe te passen. De kleineondernemersregelingen in de verschillende lidstaten zijn zo veel mogelijk geüniformeerd.

Een belangrijke voorwaarde is dat de jaaromzet van de btw-ondernemer in de gehele EU onder de grens van € 100.000 moet blijven. Daarnaast moet een btw-ondernemer in een andere EU-lidstaat die de KOR in Nederland wil gebruiken, zich niet in Nederland maar in zijn of haar eigen lidstaat aanmelden voor de Nederlandse KOR. Voor deze ondernemer gelden dezelfde administratieve ontheffingen als voor een in Nederland gevestigde btw-ondernemer die gebruikmaakt van de KOR.

Als btw-ondernemer in Nederland hoeft alleen aan de Nederlandse jaaromzetgrens van minder dan € 20.000 exclusief btw te worden voldaan om deel te nemen aan de Nederlandse KOR. Wil een ondernemer echter de KOR in een andere EU-lidstaat toepassen, dan moet ook aan de aanvullende voorwaarde worden voldaan: de jaaromzet in de EU moet minder dan € 100.000 zijn. De huidige Nederlandse jaaromzetgrens is € 20.000, maar de EU-richtlijn biedt de mogelijkheid voor lidstaten om hun nationale grens op te hogen tot € 85.000. Dit is in Nederland op dit moment (nog) niet gebeurd.

Versoepelingen

De verplichte toepassingstermijn van drie jaar is per 1 januari 2025 vervallen. Deze verplichting geldt niet meer voor btw-ondernemers die op 31 december 2024 nog aan deze termijn waren gebonden. De opzegtermijn van vier weken voor het belastingtijdvak blijft echter wel bestaan. De verplichte uitsluitingstermijn van drie jaar is verkort. De uitsluiting geldt nu vanaf het kalenderkwartaal waarin de beëindiging ingaat, tot en met het daaropvolgende kalenderjaar. Deze verkorte uitsluiting geldt ook voor btw-ondernemers die op 31 december 2024 nog gebonden waren aan de oude uitsluitingstermijn. Ook voor hen blijft de termijn van vier weken voor het belastingtijdvak van kracht.

    Let op: Voor zeer kleine btw-ondernemers, bijvoorbeeld een zonnepaneelhouder, met een jaaromzet tot € 2.200 (deze registratiedrempel was in 2024 € 1.800), geldt dat aanmelden voor de KOR niet verplicht is om de regeling toe te passen.

    Verdere afbouw zelfstandigenaftrek

    Net als in 2024 is ook in 2025 de zelfstandigenaftrek met € 1.280 afgebouwd. Dit betekent dat de aftrek in 2025 € 2.470 bedraagt (in 2024 was dit € 3.750). In 2026 wordt de afbouw € 1.270, en in 2027 moet de zelfstandigenaftrek zijn teruggebracht naar € 900.

    De zelfstandigenaftrek kan in beginsel worden toegepast als er aan de volgende voorwaarden is voldaan:

    • De betrokkene is jonger dan de AOW-gerechtigde leeftijd, én
    • Er wordt ten minste 1.225 uur per jaar besteed aan werkzaamheden voor de onderneming, én
    • Minimaal 50% van de totale arbeidstijd wordt aan de onderneming besteed.

    Als de AOW-gerechtigde leeftijd aan het begin van het kalenderjaar is bereikt en het urencriterium wordt nageleefd, bestaat recht op 50% van de aftrek.

    Tip: Het is handig om regelmatig een urenspecificatie bij te houden van de werkzaamheden voor de onderneming, zodat eenvoudig kan worden aangetoond dat aan het urencriterium is voldaan.

    Weer minder mkb-winst-vrijstelling

    De mkb-winstvrijstelling is een aftrekpost op de winst voor ondernemers die een of meerdere ondernemingen hebben. De aftrek is een percentage van de behaalde jaarwinst van de onderneming(en). Dit percentage is verlaagd van 13,31% naar 12,70%. De mkb-winstvrijstelling maakt geen deel uit van de ondernemersaftrek, en er geldt geen urencriterium, zoals bij de zelfstandigenaftrek. De mkb-winstvrijstelling wordt toegepast op de winst na aftrek van de ondernemersaftrek.

    Let op: Als de onderneming verlies heeft geleden, verlaagt de mkb-winstvrijstelling het verrekenbaar verlies.

    Handhaving bij schijnzelfstandigheid met zachte landing

    Sinds 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst weer volledig bij opdrachtgevers die werken met personen die voor de loonheffingen eigenlijk een dienstbetrekking hebben. Onder druk van de Tweede Kamer gebeurt dit echter met een ‘zachte landing’. In een handhavingsplan wordt aangegeven dat er over het kalenderjaar 2025 geen verzuim- en vergrijpboetes worden opgelegd. Bij een bedrijfsbezoek zal de Belastingdienst eerst in gesprek gaan met de opdrachtgever over de inhuur van zzp’ers. Hierbij wordt de opdrachtgever, indien nodig, gewezen op de kwalificatie van de arbeidsrelaties en de mogelijke risico’s van schijnzelfstandigheid. De Belastingdienst kan ervoor kiezen om nog geen boekenonderzoek te starten, waardoor de opdrachtgever als het ware eerst wordt gewaarschuwd.

    De Belastingdienst benadrukt dat de focus binnen de handhaving vooral ligt op de loonheffingen in relatie tot opdrachtgevers. Naar aanleiding van correcties in de loonheffingen bij de opdrachtgever zal de Belastingdienst ‘in principe’ geen gerichte acties uitvoeren voor eerdere jaren bij de zzp’er.

    Modelovereenkomsten verlengd

    In het handhavingsplan wordt ook bekendgemaakt dat de Belastingdienst alle lopende, goedgekeurde modelovereenkomsten zal eerbiedigen tot eind 2029. Dit betekent dat opdrachtgevers nog tot 2030 gevrijwaard zijn van naheffing van loonheffingen als ze daadwerkelijk werken volgens een modelovereenkomst.

    Contactformulier
    Vragen? Stel ze!