Zorgverzekeraars gaan zorgaanbieders waar onder tandartsen, diëtisten en fysiotherapeuten financieel compenseren voor de inkomsten die zij mislopen tijdens de coronacrisis. Zorgaanbieders die niet direct betrokken zijn bij de zorg aan coronapatiënten, krijgen daarom een maandelijkse continuïteitsbijdrage. Op die manier worden zorgaanbieders gecompenseerd voor een lagere omzet als gevolg van de coronacrisis. Met de bijdrage kunnen ze onder meer hun vaste lasten blijven betalen, zoals personeels- en huisvestigingskosten. De zorgverzekeraars, verenigd in Zorgverzekeraars Nederland, willen op die manier garanderen dat hun verzekerden de zorg krijgen die zij nodig hebben, nu én na de coronacrisis.

De regeling voor de continuïteitsbijdrage geldt voor dezelfde periode als de rijksregelingen en treedt op 1 mei in werking, met terugwerkende kracht tot 1 maart van dit jaar. De financiële steunmaatregelen gelden zowel voor gecontracteerde als ongecontracteerde zorgaanbieders. Bepaalde groepen zorgaanbieders die nu al in acute financiële problemen dreigen te komen, kunnen een vooruitbetaling aanvragen. Deze vooruitbetaling geldt voor: eerstelijns laboratoria, mondzorg, kraamzorg, fysiotherapie, oefentherapie, ergotherapie, wijkverpleging, zittend ziekenvervoer en zelfstandige behandelcentra in de medisch-specialistische zorg.

Ondernemers kunnen terecht bij het UWV voor de NOW-regeling, waarmee bij omzetverlies het personeel tot 90 procent uitbetaald wordt door het Rijk. Dat geldt echter niet voor zorgaanbieders. Het Rijk heeft namelijk aan onder meer tandartsen en fysiotherapeuten gevraagd om voor ondersteuning aan te kloppen bij zorgverzekeraars, en niet bij het UWV of de loketten voor zzp’ers. Omdat ook voor zorgaanbieders vaste lasten doorlopen maar omzetten dalen, komen zorgverzekeraars met deze maatregelen. Zorgverzekeraars Nederland verwacht dat de continuïteitsbijdrage zal liggen tussen de 60 en 85 procent van de omzet die onder normale omstandigheden door zorgverzekeraars wordt vergoed.

Als blijkt dat de zorgaanbieder na de crisis dit jaar alsnog 130 procent kan produceren, en dus een deel van het omzetverlies kan inhalen, dan wordt dat verrekend met de bijdrage die hij of zij heeft gekregen. Als dat niet lukt, kunnen zorgaanbieders het geld houden. Zorgaanbieders die niet tot mei kunnen wachten, kunnen een vooruitbetaling aanvragen.

De aanvulling van de omzet geldt voor alle zorg geleverd onder de basis- en aanvullende zorgverzekering, met uitsluiting van opticiens en ongecontracteerde audiciens. De vooruitbetaling geldt alleen voor zorgaanbieders in specifieke branches, namelijk de eerstelijnslaboratoria, mondzorg, kraamzorg, fysiotherapie, oefentherapie, ergotherapie, wijkverpleging, zittend ziekenvervoer en zelfstandige behandelcentra in de medisch-specialistische zorg. De financiële steunmaatregelen gelden zowel voor gecontracteerde als ongecontracteerde zorgaanbieders. Voor meer informatie en de exacte voorwaarden zie de Bijlage van Zorgverzekeraars Nederland.

NOW-regeling
Omdat deze ondersteuning alleen het verzekerde deel (basis en aanvullend) van de zorg betreft, blijft er voor de meeste praktijken een stuk omzet over dat buiten deze ondersteuning valt. Daarvoor kan waarschijnlijk de NOW worden benut. Ons advies is dan ook dat u wel een aanvraag hiervoor indient.