Zomervakantie zakelijk of privé voor bijtelling?

Aan de directeur grootaandeelhouder (dga) van een B.V. is een auto ter beschikking gesteld. De dga is met zijn gezin met deze auto in Oostenrijk geweest voor een ontmoeting met een zakelijke relatie en voor een korte vakantie. De vraag is of deze rit voor de bijtelling privé gebruik auto is aan te merken als een zakelijke of een privé rit.

De inspecteur heeft deze ritten als privé bestempeld. Hof Arnhem-Leeuwarden heeft vooropgesteld dat voor de vraag of een rit moet worden aangemerkt als gebruik van de auto voor privédoeleinden, doorslaggevend is wat het doel van de rit was. Als een rit wordt gemaakt met zowel een zakelijk doel als een privédoel, gaat het erom wat het hoofddoel van de rit was. Hier is sprake van ritten met zowel een zakelijk als privédoel, waarbij niet kan worden gezegd dat een van beide het hoofddoel was. Dergelijke autoritten kunnen slechts als zakelijk worden aangemerkt indien zij door iemand die niet een dienstbetrekking als die van de dga vervult, doch wat inkomen, vermogen en gezin betreft in dezelfde omstandigheden verkeert, niet zouden zijn gemaakt. Dat is hier niet aan de orde. Daarom moeten de ritten tussen Nederland en Oostenrijk worden aangemerkt als privéritten. De Hoge Raad heeft het standpunt van het Hof inmiddels bevestigd.

Het gevolg van dit standpunt is dat de dga in het betreffende jaar meer dan 500 km privé gebruik heeft gemaakt van de auto van de zaak en daardoor over het gehele jaar een bijtelling is verschuldigd. Al met al is het daarmee een erg dure vakantie geworden!

2018-03-19T12:41:26+00:00 12 juni, 2014|