Zakelijke lening wordt onzakelijk

Zoals bekend, moet een lening van de directeur-grootaandeelhouder aan zijn eigen BV bij aanvang zakelijk zijn. De Hoge Raad heeft onlangs een belangrijke uitspraak gedaan over een lening die gedurende de rit onzakelijk wordt.

Wat is er aan de hand?

Mevrouw X heeft in 1998 en 2000 leningen verstrekt aan de BV van haar echtgenoot. In deze BV wordt een transportbedrijf geëxploiteerd. De leningen waren met een opzegtermijn van drie maanden opeisbaar. De BV heeft de leningen gebruikt voor de aanschaf van transportmiddelen. De rente over de leningen is bijgeschreven bij de hoofdsom. In augustus 2005 heeft de BV een pandrecht op de transportmiddelen gevestigd als zekerheid voor de aflossing van de leningen.

In september 2005 heeft de BV het personeel ontslagen. De transportmiddelen heeft de BV verkocht aan een gelieerde vennootschap. Mevrouw X heeft de leningen in 2005 afgewaardeerd tot nihil.

Uitspraak Hof Arnhem

Hof Arnhem (LJN: BW7233) heeft de aftrek van het afwaarderingsverlies geweigerd, omdat er sprake is van een onzakelijk debiteurenrisico. Het Hof heeft daarbij in het midden gelaten of de leningen op het moment van aangaan onzakelijk waren. De leningen zijn in ieder geval gedurende de looptijd onzakelijk geworden door het onvoldoende handelen van mevrouw X op het moment waarop een derde wel gehandeld zou hebben, aldus het Hof.

X heeft volgens het Hof niet, althans onvoldoende, gehandeld nadat zij wist dat de BV aanzienlijke verliezen leed. Zo heeft X:

  • de leningen niet opgeëist op het moment dat volledige aflossing daarvan nog mogelijk was;
  • toegestaan dat de rente werd bijgeschreven; en
  • geen gebruik gemaakt van het pandrecht op het moment dat de transportmiddelen verkocht werden aan een gelieerde BV.

Uitspraak Hoge Raad

De Hoge Raad heeft onlangs de uitspraak van de Hof vernietigd (LJN: BZ2735, 01.03.2013).

Voor het niet in aanmerking nemen van een debiteurenverlies op een lening die bij het aangaan daarvan zakelijk was, zal de inspecteur moeten bewijzen:

  • op welk moment een zakelijk handelende derde in soortgelijke omstandigheden welke maatregel zou hebben genomen om zijn rechten veilig te stellen; en
  • in hoeverre deze daarin dan zou zijn geslaagd.

Als deze analyse meebrengt dat en in hoeverre ook een derde verlies zou hebben geleden, is het door mevrouw X geleden verlies in zoverre aftrekbaar. Een ander Hof moet dit nu gaan beoordelen.

Tip. Zodra blijkt dat de BV niet aan haar verplichtingen kan voldoen, is het raadzaam de lening op te eisen. Anders loopt u het risico dat het afwaarderingsverlies niet aftrekbaar is. De bewijslast ligt gelukkig wel bij de inspecteur.

2018-05-28T11:19:03+00:00 2 mei, 2013|