Via de werkkostenregeling (WKR) zijn onbelaste vergoedingen en verstrekkingen aan het personeel mogelijk. De regeling is sinds 2015 verplicht en onlangs geëvalueerd. Naar aanleiding van deze evaluatie heeft het Kabinet een aantal standpunten inzake de WKR bekend gemaakt.

Vrije ruimte voldoende
Een werkgever mag 1,2% van de loonsom besteden aan belastingvrije vergoedingen en verstrekkingen. Boven deze grens moet over het meerdere 80% eindheffing worden betaald. In de praktijk blijkt slechts 3% tot 4% van de werkgevers, met name grotere, ook daadwerkelijk eindheffing verschuldigd te zijn. Het kabinet vindt de huidige vrije ruimte van 1,2% dan ook voldoende.
Wanneer de vrije ruimte toch wordt overschreden, blijkt dit veelal veroorzaakt te worden door personeelsfeesten en bedrijfsjubilea.
Je kunt dit voorkomen door deze festiviteiten op de werkplek te organiseren. Er geldt dan een nihilwaardering, ofwel de festiviteit is onbelast en gaat niet ten koste van de vrije ruimte.

Minder administratieve lasten
De WKR heeft tot nu toe nauwelijks tot minder administratieve lasten geleid. Om dit te verbeteren zal worden geregeld dat vergoedingen en verstrekkingen waarvoor een gerichte vrijstelling geldt, niet langer hoeven te worden aangewezen als eindheffingsbestanddeel. Dat moet nu wel en leidt tot overbodige administratieve lasten.
Er bestaat momenteel een verschil in fiscale behandeling van verstrekkingen op de werkplek en verstrekkingen daarbuiten. De staatssecretaris gaat in overleg met het bedrijfsleven om te kijken naar een oplossing voor dit knelpunt.
Bekeken wordt ook of het voordeel van verstrekte maaltijden via een steekproef kan worden vastgesteld. Ook dit zou aanzienlijk minder administratie betekenen.
Voor personeelsleningen wordt overwogen weer een normrente in te voeren, zodat de werkgever niet hoeft uit te gaan van een marktrente.