Een van de sterkste punten van het Nederlandse belastingsysteem is de mogelijkheid van vooroverleg (met bindende afspraken tot gevolg) met de fiscus. Maar is voorleggen aan de inspecteur altijd verstandig?

Verplichting voor Belastingdienst.
In Nederland is de Belastingdienst verplicht om antwoord te geven op reële vragen van belastingplichtigen, ook daar waar het betreft de fiscale gevolgen van een slechts voorgenomen handelen. Oftewel: “Beste fiscus, als ik dit of dat ga doen, wat zijn daarvan dan de fiscale gevolgen?” Die antwoorden zijn voor de fiscus bindend, mits de geschetste situatie overeenstemt met de werkelijkheid.

Maar is vooroverleg wel altijd verstandig? Dat hangt ervan af: soms wel en soms niet. Vragen voorleggen waar u het (negatieve) antwoord zelf wel op weet, is zinloos. Een vraag moet reëel zijn en ten minste een kans op een positief antwoord hebben. Anders moet u er niet aan beginnen of maakt u slapende honden wakker. U moet natuurlijk wel open kaart spelen. Als men feiten achterhoudt of anders inkleurt, heeft men niets aan de toezegging. De inspecteur is er dan toch niet aan gebonden. Verder kunt u problemen verwachten bij fiscale grensverkenning of strijd met de fiscale goede trouw. Hierover hierna meer.
Belangrijke vragen legt u voor aan de inspecteur. Die kan bindende antwoorden geven, de Belastingtelefoon zeker niet.

Fiscale grensverkenning?
Voorleggen is niet verstandig in geval van fiscale grensverkenning. Daarvan is sprake als de vragensteller in het vooroverleg na een eerder afwijzend standpunt door steeds kleine wijzigingen in zijn vragen aan te brengen, een vraag voor de Belastingdienst probeert net aanvaardbaar te maken. Oftewel: eerst past het niet, maar door steeds een beetje bij te slijpen, tracht men een zaak nog net fiscaal aanvaardbaar te krijgen. Niet verwonderlijk dat de Belastingdienst hier niet aan meewerkt, want wat heeft men daarbij te winnen?
De Belastingdienst doet ook niet mee aan vooroverleg als er sprake zou zijn van strijd met de goede trouw. De Belastingdienst zegt dan liever niets en neemt ‘geen inhoudelijk standpunt in’.

Belangrijk is dus wanneer de Belastingdienst van oordeel is dat er sprake is van strijd met die goede trouw. Dat is het geval (het is een hele mond vol …) als de inspecteur van mening is dat (cumulatief, dus aan alle vereisten moet zijn voldaan): belastingbesparing de voornaamste reden is voor de voorgenomen handelingen, de voorgenomen handelingen (afgezien van de fiscaliteit) geen reële betekenis hebben en doel en strekking van de wet miskend zouden worden als de door de belastingplichtige verlangde rechtstoepassing zou worden gevolgd.

Leg het schriftelijk vast!
Mondelinge afspraken die niet schriftelijk zijn vastgelegd en/of niet uitdrukkelijk door de fiscus zijn bevestigd, zijn niet goed bewijsbaar. Onvoldoende reden in ieder geval om uw handelen op te baseren. Wees u bewust van uw bewijspositie en zorg altijd voor afdoende schriftelijk bewijs! Ook een e-mailbericht van de fiscus waarin hij iets bevestigd, is juridisch geldig en werkt dus in uw voordeel.