We zitten middenin het ‘aangifteseizoen’. Dit betekent dat de fiscus overstelpt wordt met telefonische vragen. In hoeverre mag u vertrouwen op de antwoorden?

Deze vraag kwam aan de orde in een recente zaak voor het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 03.04.2015. Het gaat hierbij om een mevrouw die een aanslag schenkbelasting heeft ontvangen. Tegelijkertijd komen er in de media berichten over het invoeren van een ruimere schenkingsvrijstelling. Omdat mevrouw denkt hier aanspraak op te kunnen maken, neemt ze contact op met de BelastingTelefoon met de vraag wat te doen. Bij de BelastingTelefoon geven ze haar het advies te wachten totdat duidelijk is hoe de nieuwe regeling er exact uit komt te zien.
De vrouw maakt hierdoor pas op een later moment bezwaar tegen de aanslag schenkbelasting.
Het bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de vrouw het buiten de termijn van zes weken heeft ingediend. De vrouw stapt vervolgens naar de rechter. Naar haar mening mocht zij door haar gesprek met de BelastingTelefoon erop vertrouwen dat een tijdig bezwaar niet nodig was.
Tijdens dit telefoongesprek is echter nimmer gesproken over het wel of niet indienen van een bezwaar. De rechter is dan ook van mening dat hieraan geen vertrouwen kan worden ontleend. Daarnaast was op de aanslag uitdrukkelijk de bezwaartermijn vermeld.

In de regel kunt u geen vertrouwen ontlenen aan uitlatingen door een medewerker van de BelastingTelefoon. Ook wel logisch omdat deze medewerker afgaat op uw (gekleurde) situatieschets en deze niet de gehele casus kan overzien. De BelastingTelefoon geeft slechts ‘algemene informatie’.
Wilt u rechtszekerheid, dan zult u uw vraag schriftelijk moeten voorleggen aan de inspecteur. Geef daarbij een overzicht van de feitelijke situatie en de voorhanden zijnde gegevens. Alleen dan bent u er zeker van dat het antwoord eventueel ook bij de rechter standhoudt.