Toepassing BTW-nultarief bij afhaaltransacties

Bij elke afhaaltransactie waarbij het BTW-nultarief onvoldoende kan worden aangetoond, riskeert een ondernemer een naheffing van BTW, boete en belastingrente over meerdere jaren.
Ondernemers kunnen voor goederenleveringen naar een andere lidstaat onder voorwaarden het BTW-nultarief toepassen. De bewijslast hiervoor ligt bij de ondernemer. Hij moet zelf aannemelijk maken dat het nultarief terecht is toegepast.

Bij afhaaltransacties haalt de buitenlandse afnemer de goederen zelf op. Toepassing van het BTW-nultarief is dan lastiger te bewijzen. De ondernemer is bij afhaaltransacties beperkt in zijn mogelijkheden om het intracommunautaire karakter van de levering aannemelijk te maken. Van belang is dat de afnemer uiting geeft aan zijn voornemen de goederen naar een andere lidstaat te vervoeren, het vervoer naar de andere lidstaat onderdeel vormt van de leveringsvoorwaarden én dat het vervoer wordt ondersteund door objectieve gegevens. Een verklaring van de afnemer dat hij de goederen zal vervoeren naar een andere lidstaat per levering alleen is niet genoeg. Ook niet bij vaste afnemers.

Bij twijfel doet de ondernemer er verstandig aan Nederlandse BTW in rekening te brengen. Hij kan ook bewijs vragen van de afnemer dat de goederen zijn aangekomen op de plaats van bestemming. Het bewijs is vormvrij. Dus ook foto’s van de goederen op de plaats van bestemming kunnen bijdragen aan het te leveren bewijs van het intracommunautaire karakter van de levering.
De Belastingdienst krijgt in rechtszaken regelmatig het gelijk aan zijn zijde bij het opleggen van naheffingsaanslagen daar waar ondernemers toepassing van het BTW-nultarief onvoldoende aannemelijk maken. Ondernemers die niet aannemelijk hebben gemaakt dat het BTW-nultarief terecht is toegepast, riskeren een naheffing van BTW, een boete en belastingrente over meerdere jaren.

2017-03-30T11:41:45+00:00 3 december, 2015|