Te laat aangifte gedaan?

Het doen van aangifte is geen vrijblijvende aangelegenheid. Het niet (tijdig) doen van aangifte (of het doen van een ondeugdelijke aangifte) kan vervelende gevolgen hebben.

Geen aangifte ingediend.
In een recente procedure voor Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 14.04.2017, ging het om een BV die geen aangifte vennootschapsbelasting over 2012 had ingediend, ondanks dat de Belastingdienst een uitnodiging had gestuurd. Daarna werd er nog een aanmaning gestuurd waarin een laatste termijn van 10 werkdagen werd gesteld. Nadat ook hierop geen reactie volgde, beging de BV formeel gezien een ‘aangifteverzuim’.

Het duurde vervolgens nog ongeveer 10 maanden voordat de Belastingdienst de radiostilte doorbrak met het opleggen van een aanslag naar een geschatte belastbare winst van € 1.000,-. Die schatting staat nogal in contrast met de belastbare winst van de BV over de zeven aan 2012 voorafgaande belastingjaren; de BV was structureel verliesgevend met een gemiddeld verlies van jaarlijks ongeveer € 12.000,-. Het aangifteverzuim werd daarnaast door de inspecteur nog eens beboet met een geldstraf van € 2.460,-.

De BV kwam nu (opeens) snel in actie: binnen een week lag er alsnog een aangifte over 2012. De nadelige rechtsgevolgen van het aangifteverzuim kunnen hiermee echter niet ongedaan worden gemaakt. De (te late) aangifte wordt als een bezwaar aangemerkt. De inspecteur wijst het bezwaar af, waarna de BV naar de rechter stapt.

Wat zegt de rechter?
De wet bepaalt dat bij een aangifteverzuim een beroep in beginsel ongegrond is, tenzij de belanghebbende ‘overtuigend het tegendeel aantoont’. De rechter is dus verplicht de BV op te zadelen met een zogeheten ‘omgekeerde en verzwaarde bewijslast’. Hoewel er nu een aangifte ligt, ontbreekt het in deze zaak nog altijd aan voldoende onderbouwing om aan de verzwaarde bewijslast te voldoen. Zo ontbreekt het in de procedure nog steeds aan een door een accountant opgestelde jaarrekening. Het hof stelt daarom vast dat de BV er niet in is geslaagd het standpunt uit de laat ingediende aangifte (die op een verlies uitkomt) overtuigend aan te tonen.

Toch is er nog een strohalm voor de BV. De inspecteur mocht namelijk de aanslag niet willekeurig vaststellen, de schatting moest wel redelijk zijn. Het hof zag hier, gezien de reeks van verliezen in de voorgaande jaren en gebrekkige onderbouwing van de schatting, aanleiding om de ambtshalve aanslag naar nihil te verminderen.

 

2017-07-06T14:02:17+00:00 6 juli, 2017|