De Belastingdienst maakt de laatste tijd bij onder andere loonbelastingcontroles vaak gebruik van statistische controlemethodes, zoals de geldeenheid- of eurosteekproef. Wanneer is deze methode inzetbaar en waar moet u op letten?

Statistische controlemethodes.
Om in het bijzonder wat omvangrijkere administraties efficiënter te kunnen controleren, maakt de Belastingdienst bij controles vaak gebruik van statistische controlemethodes. Hierbij wordt gewerkt met steekproeven. Als de steekproeven voldoende representatief zijn, wordt aan de hand van deze steekproeven snel een betrouwbaar beeld verkregen van de administratie als geheel.

Voor de Belastingdienst (maar ook voor u) is het een voordeel dat een administratie aan de hand van steekproeven snel kan worden gecontroleerd. Steekproeven geven echter niet altijd een betrouwbaar beeld. Waar moet u rekening mee houden?

Geldeenheid- of eurosteekproef
Er zijn meerdere methodes om de posten die in de steekproef worden betrokken, aan te wijzen. Een van deze methodes is de ‘geldeenheid- of eurosteekproef’. Hierbij worden de te controleren posten (statistici noemen dit de ‘populatie’) verdeeld in een aantal porties oftewel: ‘intervallen’.

Voorbeeld.
Bij een loonbelastingcontrole wordt de loonsom van € 400.000,- onderverdeeld in 20 intervallen van elk € 20.000,-. Binnen elke interval wordt een euro getrokken, waarvan de bijbehorende post wordt gecontroleerd. Is deze post onjuist, dan wordt de gehele interval afgekeurd, wat een correctie van € 20.000,- kan opleveren. Stel, een post van € 100,- is ten onrechte onbelast gelaten. Hieraan kan de controleur de conclusie verbinden dat een correctie van € 20.000,- op zijn plaats is omdat de hele interval moet worden afgekeurd. Dit kan al snel in de papieren lopen!

Kan dat zomaar?
De rechter heeft zich in het verleden meer dan eens moeten uitspreken over de geldeenheidsteekproef. Deze is onder voorwaarden toelaatbaar indien deze goed wordt uitgevoerd. Er zijn dus ook gevallen denkbaar waarin de geldeenheidsteekproef niet toelaatbaar is.

Voorwaarden toepassing steekproef
Om op de populatie (de te controleren posten) een steekproef uit te kunnen voeren, moet:

  • de populatie van voldoende omvang zijn;
  • het verwachte aantal fouten laag zijn;
  • iedere boeking binnen de populatie afzonderlijk identificeerbaar zijn;
  • de populatie afgestemd zijn op het doel van het onderzoek;
  • de populatie homogeen zijn.

Vaak is niet (bij voorbaat) duidelijk of een door de Belastingdienst toe te passen geldeenheidsteekproef aan deze voorwaarden voldoet. Het is van belang om hierover duidelijkheid te verkrijgen, liefst voordat de steekproef wordt genomen.

Stel dat het bij de aanvang van de controle al duidelijk is dat er fouten in een deel van de populatie zitten, dan mag dit deel van de populatie niet in de geldeenheidsteekproef worden betrokken. Dit betekent dat er naast de resultaten van de geldeenheidsteekproef eventueel correcties moeten worden aangebracht voor de bekende fouten of dat er een andere manier van controleren moet worden gekozen.

Heeft u nog vragen naar aanleiding van dit artikel? Onze specialisten van de fiscale afdeling / loonadministratie zijn u graag van dienst. Zij zijn bereikbaar via info@sedl.nl of 0317-413281