Schriftelijke aok vereiste voor lage sectorpremie

Belanghebbende exploiteert een glastuinbouwbedrijf. Hij heeft de lage sectorpremie voor de Werkloosheidswet toegepast voor werknemers met wie hij mondeling arbeidsovereenkomsten is aangegaan voor langer dan een jaar. De inspecteur heeft een naheffingsaanslag naar de hoge sectorpremie opgelegd omdat de arbeidsovereenkomsten niet schriftelijk waren aangegaan. Art. 2.3 Besluit Wfsv stelt voor de toepassing van de lage sectorpremie namelijk de eis dat een arbeidsovereenkomst schriftelijk is vastgelegd. De Hoge Raad is van oordeel dat deze eis kan worden gesteld. De lage sectorpremie kan dus alleen worden toegepast in gevallen waarin de arbeidsverhouding is vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst. Deze voorwaarde is niet in strijd met enige regel van hogere orde.

Niet alleen in situaties waarbij een beroep wordt gedaan op de verlaagde sectorpremie maar in alle gevallen adviseren wij een arbeidsovereenkomst schriftelijk vast te leggen te bewijze van wat is afgesproken. Van de wet afwijkende bepalingen inzake bijvoorbeeld opzegtermijnen zijn alleen geldig als deze schriftelijk zijn overeengekomen. Ook een proeftijd of concurrentiebeding geldt alleen als deze schriftelijk is overeen gekomen.

2018-03-19T12:31:46+00:00 23 juni, 2014|