Prinsjesdag 2016

Prinsjesdag ligt alweer achter ons en het Belastingplan over 2017 is bekend gemaakt. Er klinkt een positief geluid maar wat staat er nu eigenlijk in dit belastingplan. We geven u in deze nieuwsbrief graag een korte samenvatting van de belangrijkste veranderingen.

Loonbelasting

  • Als gevolg van de afschaffing van de VAR (verklaring arbeidsrelatie) was de situatie ontstaan dat een commissaris verplicht (fictief) in dienst is bij de onderneming waar hij op toeziet. Deze situatie wordt nu verholpen, hetgeen een mogelijke administratieve lastenverlichting met zich meebrengt voor alle bedrijven met een raad van commissarissen.
  • Voor innovatieve start-ups, bedrijven die speur- en ontwikkelingswerk verrichten en voor de S&O-afdrachtvermindering kwalificeren als starter, wordt de gebruikelijkloonregeling versoepeld. Deze kan in principe op het wettelijk minimumloon worden vastgesteld.

Inkomstenbelasting

  • De bovengrens van de derde schijf van de loon- en inkomstenbelasting gaat omhoog naar 67.072 euro.
  • De algemene heffingskorting, de arbeidskorting en de ouderenkorting gaan omhoog.
  • De persoonsgebonden aftrekpost voor scholingsuitgaven vervalt.
  • Het heffingsvrij vermogen in box 3 wordt tevens verleend aan buitenlands belastingplichtigen.
  • Voorwaarde voor (gedeeltelijke) vrijstelling van uitkering voor eigen woning uit (Brede Herwaarderings)kapitaalverzekering, spaarrekening of beleggingsrecht is dat ten minste 15 of 20 jaar jaarlijks premie is voldaan, deze voorwaarden zijn in bepaalde situaties niet van toepassing.

Vennootschapsbelasting/ Dividendbelasting

  • Voor het pensioen in eigen beheer zijn 3 oplossingen gegeven: het afkopen, het omzetten of het in stand houden. DGA’s hebben vanaf 1 januari 2017 de mogelijkheid om de dividendklem geheel of gedeeltelijk weg te nemen, zonder dat dit direct tot belastingheffing leidt. Bij omzetting in de spaarvariant Oudedagsverplichting (ODV) kan de pensioenverplichting worden afgestempeld naar de lagere fiscale waarde. De DGA kan er vervolgens gedurende drie kalenderjaren ook voor kiezen om de pensioenverplichting af te kopen op basis van de lagere fiscale waarde met een forse korting (die jaarlijks afneemt). Zowel voor de omzetting als voor de afkoop geldt dat geen twintig procent revisierente is verschuldigd. De (ex-)partner moet wel meewerken om deze varianten uit te voeren, zo niet dan blijft alleen instandhouding van het bestaande PEB als optie over. Bij deze laatste variant blijft uiteraard de dividendklem in stand. Verdere pensioenopbouw in eigen beheer is vanaf 1 januari 2017 niet meer mogelijk.
    De keuze voor afkoop is interessant voor DGA’s met voldoende liquide middelen om de belastingschuld te betalen. De andere DGA’s zullen naar verwachting gebruikmaken van de spaarvariant of wellicht de huidige pensioentoezegging handhaven.
  • Het kabinet heeft als doel om binnen de kaders van de bestrijding van belastingontwijking het Nederlandse fiscale vestigingsklimaat aantrekkelijk te houden en te stimuleren. Een van de stimuleringsmaatregelen is het aanpassen van de 20%-tariefschijf in de vennootschapsbelasting. In het internationale speelveld verschuift de concurrentie tussen landen namelijk van grondslag naar tarief. Dit uit zich bijvoorbeeld al in de inperking van de innovatiebox. De 20%-tariefschijf wordt in 2018 verhoogd van 200.000 euro naar 250.000 euro, vervolgens in 2020 naar 300.000 euro en ten slotte in 2021 naar 350.000 euro, dit is met name een voordeel voor het midden- en kleinbedrijf.
  • Als gevolg van internationale afspraken in het kader van het Base Erosion and Profit Shifting (‘BEPS’) project van de OESO, moet de innovatiebox worden aangepast. In het voorstel van het Kabinet blijft de bestaande regeling op hoofdlijnen in stand. De belangrijkste wijziging ziet op een aanscherping van de eis dat er sprake moet zijn van reële innovatieactiviteiten in Nederland. Voor grote ondernemingen dient de technische innovatie te worden beschermd door een octrooi of een daarmee vergelijkbaar recht. Een exclusieve licentie om de immateriële activa te gebruiken is ook toereikend. De voorgenomen wijzigingen kunnen dus betekenen dat een kleiner deel van de winst in aanmerking komt voor het verlaagde tarief. Belastingplichtigen moeten tevens rekening houden met uitgebreidere documentatie- en administratieverplichtingen.
    Voor bepaalde activa, met name degene die zijn voortgebracht vóór 1 juli 2016, gelden overgangsmaatregelen over onder meer het van toepassing blijven van het huidige innovatieboxregime

Auto

  • Op het gebied van de autobelastingen was er al langer bekend wat er vanaf 2017 gaat veranderen. De autobrief II was al lange tijd bekend. Hierin is het volgende besloten:
    Verlaging van de aanschafbelasting personenauto’s en motorrijwielen (bpm) voor 2020 met in totaal 14,7%.
    Verlaging van 2% van de motorrijtuigenbelasting voor alle personenvoertuigen.
    Verhoging van de motorrijtuigenbelasting voor vervuilende dieselpersonenvoertuigen en dieselbestelauto’s vanaf 1 januari 2019.
    Vermindering van het aantal bijtellingscategorieën van 4 naar 2. Dit betekent dat volledig elektrische auto’s worden belast tegen een bijtellingspercentage van 4%. De rest van de voertuigen worden belast tegen een percentage van 22%.
    Versterking van de fiscale stimulering van volelektrische auto’s.

Omzetbelasting

  • De vereenvoudiging van de teruggaafregeling oninbare btw en milieubelastingvorderingen is de meest in het oog springende vereenvoudiging. Deze maatregel komt voort uit de brede externe consultatie naar vereenvoudigingsmaatregelen die het kabinet begin dit jaar gehouden heeft. Voor meer informatie over deze maatregel kunt u er hier meer over lezen.

Overige

  • De Belastingdienst kan afzien van de uitbetaling van een voorschot of belastingteruggaaf bij twijfel over adresgegevens of als deze geheel ontbreken. Ook een te hoge voorlopige aanslag hoeft niet te worden uitgekeerd. Bezwaar en beroep zijn hiertegen mogelijk.
  • De eenmalige schenking van 100.000 euro voor de eigen woning kan verspreid over drie achtereenvolgende kalenderjaren worden benut. De schenkingen moeten uiterlijk in het tweede kalenderjaar na het kalenderjaar van de eerste schenking, worden gebruikt voor de eigen woning.
    In de aangifte schenkbelasting moet een beroep worden gedaan op de verhoogde vrijstelling. De termijn waarbinnen de Belastingdienst een eventuele aanslag kan opleggen wordt met twee jaar verlengd en vastgesteld op vijf jaar.

Een uitgebreidere uiteenzetting van de fiscale maatregelen vindt u hier.

2018-05-28T11:18:46+00:00 23 september, 2016|