Nieuw giftenbesluit

Op 19 december 2014 heeft de staatssecretaris van Financiën Wiebes enkele nieuwe beleidsstandpunten bekendgemaakt over onder andere de aftrek van periodieke giften. Lees meer over de mogelijkheden die dit besluit voor u als schenker biedt om gebruik te kunnen maken van de giftenaftrek. Dit nieuwe besluit is op 31 december 2014 in werking getreden en werkt terug tot en met 19 december 2014.

Als u een periodieke gift doet, dan kunt u de gift in aftrek brengen op uw belastbaar inkomen. Dit levert een belastingbesparing op van maximaal 52% van het geschonken bedrag. Periodieke giften zijn – in tegenstelling tot eenmalige (gewone) giften – onbeperkt aftrekbaar van het inkomen.  Maar aan deze giftenaftrek kleven wel bepaalde voorwaarden. Soms werken die voorwaarden nadelig uit voor de belastingplichtige. Daaraan probeert de staatssecretaris tegemoet te komen met  nieuw beleid. Dit nieuwe beleid zetten we hierna voor u op een rij.

Een van de voorwaarden voor de aftrek van periodieke giften is dat de schenker de uitkeringen of verstrekkingen minimaal vijf jaar zal voldoen tot uiterlijk bij zijn overlijden. Dit onzekerheidsvereiste is kenmerkend voor de periodieke gift. Als de schenker wil dat na zijn overlijden de resterende termijnen ineens worden uitgekeerd, wordt niet aan dit vereiste voldaan en geldt de gift dus niet als een periodieke gift. Te denken valt aan een periodieke gift van een collectie aan een museum waarbij is beoogd dat de collectie na overlijden van de gever volledig aan het museum toekomt. De staatssecretaris komt hieraan als volgt tegemoet: gebruik van de periodiekegiftenregeling is toch mogelijk als de schenker via een clausule in zijn testament (legaat) (dus niet in een schenkingsovereenkomst of aanvullende overeenkomst)  bepaalt dat bij zijn overlijden de resterende termijnen van een periodieke gift ineens aan de instelling of de vereniging worden uitgekeerd. Dan wordt namelijk wel voldaan aan het onzekerheidsvereiste doordat de schenker het legaat eenzijdig kan wijzigen.

Als de instelling de ANBI-status verliest, zijn giften aan deze instelling vanaf dat moment niet meer aftrekbaar. Een instelling kan bijvoorbeeld de anbi-status verliezen doordat ze niet langer voor ten minste 90% het algemeen nut dient dan wel niet voldoet aan de digitale publicatieplicht die vanaf 1 januari 2014 geldt.
Op de hoofdregel dat giften aan instellingen na verlies van de anbi-status niet langer aftrekbaar zijn maakt de staatssecretaris twee uitzonderingen. Allereerst mag de schenker die niet te kwader trouw is, afgaan op het anbi-register. Hierdoor zijn betalingen aan een instelling die de anbi-status heeft verloren  toch aftrekbaar zolang de instelling in het anbi-register van de Belastingdienst als anbi staat vermeld. Hierbij lijkt te zijn gedoeld op alle betalingen die zijn gedaan vóór de intrekkingsdatum die in het anbi-register staat vermeld. Verder keurt de staatssecretaris onder voorwaarden goed dat wanneer een instelling per 1 februari 2010 door de wijziging van de anbi-regeling in 2010 de anbi-status heeft verloren, lopende verplichtingen tot het doen van periodieke giften fiscaal aftrekbaar blijven voor de schenker.

Sinds 2014 is voor een periodieke gift niet langer een notariële akte vereist, maar kan ook een onderhandse overeenkomst worden gebruikt. Daarvoor biedt de site van de Belastingdienst modelovereenkomsten. Maar deze modelovereenkomsten hebben ten onrechte de indruk gewekt dat giften die gedaan zijn voordat de overeenkomst werd gesloten ook meetellen als periodieke gift. Daarom keurt de staatssecretaris onder voorwaarden goed dat giften die gedaan zijn in het jaar 2014 voordat een notariële of onderhandse akte van schenking is opgemaakt toch als een periodieke gift kunnen gelden.

2017-03-30T08:59:21+00:00 8 januari, 2015|