Stuurt u als ondernemer uw afnemers een creditfactuur, dan mag u de daarop vermelde btw niet verrekenen in uw reguliere btw-aangifte. Een collega-ondernemer deed dit structureel wel en dat kwam hem duur te staan.
In deze zaak voor de Rechtbank Noord-Nederland, 30.04.2015, ging het om een onderneming die zich bezighield met advertentieacquisitie. U kent het wel, zij bellen ondernemers op met de vraag of zij tegen betaling willen worden vermeld op een bedrijvenpagina of in een bedrijvengids.
Blijkbaar waren veel ondernemers gevoelig voor de ‘gelikte’ verkooppraatjes, want er werden behoorlijke omzetten behaald. Op het moment dat er echter moest worden betaald, ontstonden er steevast problemen: 69% van de klanten betaalde de factuur niet omdat zij achteraf niet tevreden waren.

De ondernemer deed daar verder niet moeilijk over. Hij ontbond dan de gesloten overeenkomst en boekte in zijn administratie een creditfactuur. Deze stelde hij op de datum van de originele factuur waardoor er per saldo geen btw hoefde te worden afgedragen.
Dit is fiscaal echter niet toegestaan. Om de btw op facturen die niet worden betaald terug te krijgen, moet men een afzonderlijk verzoek indienen. Het is niet toegestaan deze te verrekenen in de reguliere btw-aangifte.
De reden dat de ondernemer hier toch voor koos, was waarschijnlijk dat hij nu niet eerst de btw hoefde af te dragen waarna hij enkele maanden moet wachten voordat hij deze terugkrijgt. Bovendien moet hij in het verzoek aantonen dat de klant niet kan of wil betalen en dat hij alles in het werk heeft gesteld dit wel te realiseren. Het is de vraag of hij dit kan aantonen.

De fiscus stuit op deze tekortkomingen tijdens een boekenonderzoek. En dan loopt de rekening snel op. In totaal is voor een bedrag van € 319.174,- aan btw verrekend die betrekking heeft op de creditfacturen. Verhoogd met heffingsrente en een boete van 75% moet er uiteindelijk meer dan € 570.000,- worden betaald.
De boete van 75% is volgens de rechtbank terecht omdat de ondernemer willens en wetens de kans heeft aanvaard dat er door zijn (opzettelijke) handelen te weinig btw zou worden afgedragen. Het antedateren van de creditfacturen wordt hem zwaar aangerekend. Er zit voor de ondernemer weinig anders op dan te proberen alsnog via een verzoek zijn niet-ontvangen btw terug te vragen. Maar de boete en de heffingsrente is hij sowieso kwijt.

Op het moment dat redelijkerwijs duidelijk is dat uw afnemer niet gaat betalen, bijvoorbeeld bij een faillissement, moet u binnen één maand na het einde van dat tijdvak een verzoek indienen bij de fiscus.
Bent u te laat, dan is er nog niet direct een man overboord. De fiscus komt dan in de regel nog ambtshalve aan uw verzoek tegemoet. Er staat, in tegenstelling tot een tijdig ingediend beroep, echter geen bezwaar of beroep open tegen deze beslissing. Zorg er dus voor dat u uw verzoek goed onderbouwt. U krijgt geen tweede kans.