Veel werkgevers schakelen in de vakantieperiode scholieren en studenten in. Wist u dat u het deze jongeren fiscaal wat makkelijker kunt maken?

Jaarlijks zijn er vele honderdduizenden scholieren en studenten in de vakantietijd op zoek naar een bijbaantje. Maak dan gebruik van de speciaal voor dit soort werk bedoelde regeling. U bespaart hen daarmee een hoop onnodig gedoe en het levert ze nog wat op ook. Om welke regeling gaat het?

Studenten- en scholierenregeling.
Als u de studenten- en scholierenregeling gebruikt, kunt u bij het berekenen van de in te houden loonheffing uitgaan van een periode van een kwartaal in plaats van het werkelijke loontijdvak. Dit betekent dat u veel minder of helemaal geen loonheffing in hoeft te houden. Dat is voor de student of scholier voordelig, want hij houdt dan netto veel meer over. Ook hoeft hij niet tot na afloop van het jaar te wachten om de ingehouden loonheffing terug te vragen.
U kunt de regeling alleen toepassen als de student of scholier hierom verzoekt. Houd er rekening mee dat de meeste scholieren en studenten hiervan niet het geringste benul hebben. Uw vakantiekracht moet het ingevulde formulier bij u inleveren voordat hij begint met werken. Er wordt daarbij ook gevraagd of hij bij nog meer werkgevers werkt. Zo ja, dan kan er namelijk maar bij één werkgever gebruik worden gemaakt van de heffingskorting.

Wat scheelt dat nu?
Voor lagere inkomens tot € 20.384 bruto bedraagt de algemene heffingskorting in 2019 € 2.477. Scholieren en studenten die een laag inkomen hebben, betalen daardoor dus geen belasting. Op de te betalen belasting komt immers € 2.477 in mindering, nog afgezien van de arbeidskorting. Zonder toepassing van de regeling moet u op een brutoloon van bijv. € 800 per maand ca. € 73 aan loonheffing inhouden, afgezien van de bedrijfstakinhoudingen. Voor de scholier of student die twee maanden tegen dit loon vakantiewerk bij u verricht, scheelt dit dus per saldo € 146. Voor die doelgroep is dat zeker de moeite waard.