Hoe wordt het vakantiegeld dit jaar belast?

In mei of in juni hebben uw werknemers vakantiegeld gekregen. Extra salaris, waarnaar veelal reikhalzend wordt uitgezien. De belastingheffing over het vakantiegeld is dit jaar echter gewijzigd, waardoor werknemers meer of minder van hun vakantiegeld overhouden dan in voorgaande jaren. Dit heeft verschillende oorzaken en de vraag of een werknemer meer of minder netto overhoudt, hangt onder meer af van de hoogte van zijn inkomen.

Eén van de oorzaken is dat de zogenaamde voordeelregeling niet meer kan worden toegepast. Tot dit jaar kon de werkgever het vakantiegeld optellen bij het gewone loon en hier belasting over inhouden, als dit althans voordeliger was voor de werknemer. Dat kan dit jaar dus niet meer. Een andere oorzaak van het verschil is het feit dat de tabellen waarmee de loonheffing over het vakantiegeld berekend wordt, dit jaar nog beter aansluiten op de verschuldigde belasting. Hiermee wordt voorkomen dat werknemers na afloop van het jaar via hun definitieve aanslag alsnog meer belasting over hun vakantiegeld moeten betalen, of juist een deel terug krijgen van de ingehouden belasting.

Omslagpunt bij € 18.000
Het omslagpunt ligt bij een jaarinkomen van ongeveer € 18.000. Tot dit jaarinkomen kunnen werknemers een voordeel hebben van de nieuwe regels, boven dit bedrag pakt het nadelig uit. Overigens is het voor- en nadeel maar betrekkelijk. Een eventueel verschil tussen de ingehouden belasting en de verschuldigde belasting wordt weer rechtgetrokken als een werknemer een aangifte indient. Dit zal onder meer gebeuren als hij bijvoorbeeld aftrekbare hypotheekrente heeft. Voor de overgrote meerderheid van de werknemers betekent de nieuwe regeling dus slechts het verdwijnen van een tijdelijk voor- of nadeel.
Nieuwe regels ook voor bonus
De nieuwe regels zullen overigens ook merkbaar zijn wanneer andere vormen van bijzondere beloningen worden uitbetaald, zoals een dertiende maand of bonus. Werkgevers doen er dan ook verstandig aan hun personeel voor te lichten over de nieuwe regeling om zodoende vragen te voorkomen.

Ter verduidelijking de cijfers:
Sinds 2015 wordt het percentage (eventueel) opgesplitst in 2 delen. Bestaande uit het ‘standaard tarief’ plus ‘verrekenings%’.

Deze percentages zijn weer gewijzigd in de tabel bijzondere beloningen met ingang van 2016.

Tabel bijzondere beloningen
De op- en afbouw van de arbeidskorting en/of de afbouw van de algemene heffingskorting is wederom gewijzigd per 2016. Dit als gevolg van de verschillen die door deze inkomensafhankelijke regelingen ontstaan tussen de inhouding volgens de regels van de loonbelasting en de inkomstenbelasting. Vanuit de politiek is aangedrongen op maatregelen tegen deze verschillen, waaronder deze aanpassing.

In de tabellen van 2016 zijn er percentages opgenomen om dit grotendeels te compenseren. Het bijzonder tarief kan bijvoorbeeld 56% zijn. Dit houdt dus in het standaard tarief plus het standaard tarief verrekenings% loonheffingskorting.

“Het extra percentage hoeft voor de werknemer niet afzonderlijk zichtbaar te zijn op de loonstrook. Het hoeft ook niet op de jaaropgaaf te komen. Als op uw loonstrook het percentage van de tabel bijzondere beloningen staat, mag dat ook bijvoorbeeld 56% zijn. De loonstrook is namelijk een civiele verplichting en geen verplichting vanuit de Belastingdienst.” (Bron oswo)

Heeft u vragen over de nieuwe regels? Wij zijn u graag van dienst.

2018-08-09T07:43:14+00:00 6 juni, 2016|