De handhaving van de Wet DBA was opgeschort tot 1 juli 2018. Vanwege de langere voorbereidingstijd van nieuwe wetgeving is de opschorting verlengd tot in ieder geval 2020.. Ten aanzien van de handhaving vindt er wel nuancering plaats. Op dit moment is de handhaving beperkt tot de ernstigste gevallen van kwaadwillenden. Het gaat hierbij om kwaadwillenden die opereren in een context van opzet, fraude of zwendel, waarbij sprake is van listigheid, valsheid of samenspanning en situaties die leiden tot ernstige concurrentievervaling, economische of maatschappelijke ontwrichting of waarin het risico aanwezig is van uitbuiting.

Deze handhaving is naar mening van de Tweede Kamer te beperkt. De Tweede Kamer wil de handhaving uitbreiden naar situaties waar sprake is van evidente schijnzelfstandigheid. Wil hiervan sprake zijn dan moet de Belastingdienst bewijzen dat wordt voldaan aan de alle van de volgende drie criteria:
– Er is sprake van een (fictieve) dienstbetrekking
– Er is sprake van evidente schijnzelfstandigheid
– Er is sprake van opzettelijke schijnzelfstandigheid

Vanaf 1 juli 2018 wordt ook gehandhaafd in de gevallen waarin wordt voldaan aan bovengenoemde criteria.