Geen afroommethode bij meerdere werknemers

Eerder hebben we bericht dat de afroommethode niet toegepast mocht worden bij de vaststelling van het gebruikelijk loon van een in een maatschap werkende advocaat. Op 26 maart 2014 is een verwijzingsuitspraak van Gerechtshof Amsterdam gepubliceerd inzake het gebruikelijk loon van een orthodontist die negen medewerkers in dienst had.

De Hoge Raad had in deze zaak eerder beslist dat de afroommethode niet mag worden toegepast als naast de directeur-grootaandeelhouder (dga) nog enige werknemers in dienst van de vennootschap werkzaam zijn. In zo’n geval kan namelijk niet worden aangenomen dat de opbrengsten van die vennootschap (nagenoeg) geheel voortvloeien uit de arbeid die de directeur in zijn hoedanigheid van werknemer verrichte. De Hoge Raad had de zaak verwezen naar Gerechtshof Amsterdam die nu dus uitspraak heeft gedaan.

Het hof oordeelt dat de inspecteur niet aan zijn bewijslast heeft voldaan. De methode die de inspecteur toepaste om het gebruikelijk loon vast te stellen, was – wederom – gebaseerd op de opbrengsten van de onderneming. Dit was in strijd met het verwijzingsarrest. Ook de ‘winstreductiemethode’ werd verworpen omdat deze grote gelijkenis vertoont met de afroommethode.

Kortom, de inspecteur mag de afroommethode en winstreductiemethode niet toepassen voor de berekening van het gebruikelijke loon van een dga, als in de onderneming ook andere werknemers werken.

2017-03-27T19:51:50+00:00 9 april, 2014|