Welke componenten spelen een rol bij het vaststellen van het gebruikelijk loon? Hoe om te gaan met een auto van de zaak, pensioenpremie, een (belaste) onkostenvergoeding of andere vergoedingen en verstrekkingen? Maken deze onderdeel uit van het gebruikelijk loon en kan zodoende de geldelijke beloning lager worden vastgesteld? Of hebben deze geen invloed hierop? Dit artikel behandelt een aantal componenten.

Op grond van artikel 12a Wet LB moet  een directeur- grootaandeelhouder (DGA) die werkzaamheden ver- richt voor zijn vennootschap de gebruikelijkloonrege- ling hanteren. Concreet betekent dit dat zijn salaris aan bepaalde minimale eisen moet voldoen. Zo kent men de grens van 44.000 euro maar speelt ook het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking een voorname rol. Verder kan het loon van werknemers die in dienst zijn bij de vennootschap of een daarmee verbonden lichaam leiden tot een hoger gebruikelijk loon.
Ten slotte  past de fiscus regelmatig de zoge- noemde afroommethode toe waarbij een gebruikelijk salaris wordt bepaald aan de hand van de winstgevendheid van de BV. Met name over deze laatste methode en het verband met het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking is regelmatig geschreven. Een aspect dat minder vaak aan de orde is gekomen, is de vraag welke componenten  nu een rol spelen bij het vaststellen van het gebruikelijk loon.

Auto van de zaak
Allereerst  de auto  van de zaak. Als deze voor minimaal 500 kilometer op jaarbasis ook privé wordt gebruikt wordt de werknemer en ook  de  DGA geconfronteerd met een bijtelling. Afhankelijk van de uitstoot van de specifieke auto kan deze bijtelling oplopen tot 25 procent van de cataloguswaarde.  Bij een auto van enige waarde maakt deze bijtelling dan ook een behoorlijk deel uit van het totale beloningspakket van de werknemer. Vraag is nu of dit ook invloed heeft op het gebruikelijk loon.

Gebruikelijk loon is fiscaal loon
Op grond van de systematiek van de Wet LB wordt met het gebruikelijk loon het fiscale loon bedoeld en niet het arbeidsrechtelijke brutoloon. Dit heeft tot gevolg dat een emolument zoals een auto van de zaak onderdeel uitmaakt van het gebruikelijk loon en zodoende daarop invloed heeft.

Hoger brutoloon
De consequentie  hiervan is onder meer dat een wijziging in gebruik of soort auto van de zaak invloed kan hebben op de aanvaardbaarheid van het in aanmerking genomen brutoloon. Ondanks dat deze wijziging voor de DGA niet zal aanvoelen als een versobering van zijn arbeidsvoor- waarden kan deze wel tot gevolg hebben dat een hoger brutoloon in aanmerking moet worden genomen om te voldoen aan de gebruikelijkloonregeling.

Invloed pensioenpremies
Een tweede vaak voorkomend beloningselement  is de pensioenpremie.  Of het pensioen nu in eigen beheer wordt gehouden dan wel bij een derde partij wordt afge- stort, de werkgever (BV) betaalt  hieraan  mee. Deze bij- drage maakt weliswaar geen deel uit van het fiscaal be- lastbare loon maar is wel onderdeel van het gebruikelijk loon. Zo besliste  Hof Den Bosch (ECLI:2013:BZ0362) dat het gebruikelijk loon moet worden getoetst  aan het be- taalde loon voor aftrek van pensioenpremies.  Ook de een in het verleden nog mogelijke inleg in de levensloopre- geling werd op deze wijze behandeld. Op zich logisch, want bij het vergelijken van salarissen moet ook worden uitgegaan van het gehele beloningspakket en niet van enkel het brutoloon dat een werknemer ontvangt.

Onkostenvergoeding en WKR
Onder de “oude” regels omtrent vergoedingen en ver- strekkingen behoorde een onkostenvergoeding of ver- strekking die werd vrijgesteld niet tot het fiscale loon. En zodoende hadden dergelijke componenten geen in- vloed op de hoogte van het gebruikelijk loon. Dit was alleen het geval wanneer er sprake was van een fiscaal belaste kostenvergoeding.   Die behoorde tot het loon en had invloed op de hoogte van het gebruikelijke loon. On- der de werkkostenregeling is dit anders. Daarbij geldt namelijk als uitgangspunt  dat alle vergoedingen en ver- strekkingen loon vormen.

Gerichte vrijstelling
Voor bepaalde componenten  geldt vervolgens een ge- richte vrijstelling. Denk hierbij aan zakelijke reiskosten, het gebruik van een mobiele telefoon of studiekosten. Dergelijke (uiteindelijk onbelaste) componenten worden onder de werkkostenregeling wel (in eerste instantie)
tot het belaste loon gerekend. Door de gerichte vrijstel- ling worden deze vervolgens niet belast. Doordat deze vergoedingen en verstrekkingen onderdeel uitmaken van het belaste loon hebben deze ook invloed op het gebrui- kelijk loon. Deze worden als onderdeel daarvan be- schouwd ondanks het feit dat hierover uiteindelijk geen belastingheffing plaatsvindt. Dit maakt het mogelijk om een lager brutoloon te hanteren.

Let op: houd er wel rekening mee dat de reiskosten die de  DGA maakt met de auto van de zaak niet zorgen voor een verlaging van het gebruikelijk loon. In dat geval is er geen sprake van een gerichte vrijstelling, maar van inter- mediaire kosten die niet tot het loon gerekend worden.