Eerder schreven wij op deze site een artikel over de zogenaamde gebruikelijk loonregeling voor dga’s in loondienst bij hun eigen B.V. Zie hier. Inmiddels is er voor start-ups en voor starters een versoepeling van de regeling gekomen. Ook wanneer uw onderneming verlies leidt is een versoepeling van de regeling mogelijk. In een onlangs vernieuwde handleiding heeft de Belastingdienst haar standpunten daarover verduidelijkt. Onderstaand geven wij de standpunten van de Belastingdienst weer.

Start-ups

Voor aanmerkelijkbelanghouders die werken voor start-ups, geldt een versoepeld regime. Zij mogen het wettelijk minimumloon nemen als gebruikelijk loon. Of, als dat lager is door bijvoorbeeld deeltijd, het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking. Dit laatste moet u als werkgever aannemelijk maken.

Om aangemerkt te kunnen worden als een start-up moet u voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • U hebt in een kalenderjaar een S&O-verklaring.
  • U hebt in een kalenderjaar recht op het verhoogde starterspercentage
  • U komt niet uit boven het ‘de-minimisplafond’ voor staatssteun van het Europese Verdrag. Dat toont u aan met een ‘Verklaring de-minimissteun‘. U vraagt deze verklaring aan bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). Kijk voor meer informatie op nl. Deze verklaring is niet nodig voor een directeur-grootaandeelhouder.

Hebt u voor een deel van het kalenderjaar een S&O-verklaring en recht op het verhoogde starterspercentage? Dan geldt deze regeling toch voor het hele kalenderjaar.
U mag de start-upregeling maximaal 3 jaar toepassen. Daarna geldt weer de hoofdregel.

Startende ondernemingen

Startende ondernemingen die niet aan de voorwaarden voor een start-up voldoen, kunnen voor een aanmerkelijkbelanghouder toch tijdelijk uitgaan van een loon dat lager is dan wat gebruikelijk is voor het niveau en de duur van het werk. Maar het loon mag niet lager zijn dan het wettelijk minimumloon dat past bij het aantal uren dat de aanmerkelijkbelanghouder werkt.
U mag uitgaan van een lager loon als u het gebruikelijk loon door het opstarten van de onderneming niet kunt betalen, bijvoorbeeld omdat u veel hebt geïnvesteerd of een lage cashflow hebt. U mag dit maximaal 3 jaar doen vanaf het moment dat de vennootschap of coöperatie inhoudingsplichtig wordt.
U moet de periode van 3 jaar inkorten als de onderneming als eenmanszaak begint en pas later wordt ingebracht in een vennootschap. De periode waarin de onderneming op naam of voor rekening van de aanmerkelijkbelanghouder of een ander werd gedreven, moet u dan aftrekken van de 3 jaar.

Ondernemingen die verlies lijden

Lijdt uw onderneming zoveel verlies dat de continuïteit van de onderneming in gevaar is? Dan mag u het loon lager vaststellen dan het gebruikelijk loon. Maar niet lager dan het wettelijk minimumloon dat past bij het aantal uren dat de aanmerkelijkbelanghouder werkt.

In de volgende situaties mag u het loon niet lager vaststellen:

  • Uw onderneming lijdt incidenteel verlies.
  • Uw onderneming kan de rekeningen nog steeds betalen.
  • Uw onderneming kan de rekeningen niet betalen als gevolg van een oplopende rekeningcourantschuld, uitgekeerd dividend of andere onttrekkingen.

Heeft u nog vragen of opmerkingen? Margreet Claassen helpt u graag en is bereikbaar via 0317-413281.