Echtscheiding en de eigen onderneming

Wanneer je als ondernemer gaat scheiden heeft dit in de meeste gevallen ook gevolgen voor de onderneming. Of dit nu een eenmanszaak is of een bv. Een eigen bedrijf maakt een scheiding vele malen lastiger.

Er komen vragen op je af als:

  • Kan de onderneming worden voortgezet?
  • Maakt jouw partner aanspraak op een deel van (de waarde van) het bedrijf?
  • •Wat gebeurt er met het pensioen in eigen beheer?

We geven u hierbij een overzicht van enkele belangrijke zaken waarmee je als ondernemer te maken kunt krijgen bij een echtscheiding. Met behulp van deze advieswijzer inventariseer je jouw persoonlijke situatie en komen er zaken aan de orde als:

  • Huwelijksvermogensregime: is er een gemeenschap van goederen of heb je huwelijkse voorwaarden of partnerschapsvoorwaarden gesloten?
  • Rechtsvorm van jouw bedrijf: is er sprake van een eenmanszaak, vof, bv of andere vorm? Staat het bedrijf op jouw naam en/of op je partners naam? Werken jullie beiden in het bedrijf? Is er een regeling getroffen over de eigendom van en/of het recht op een deel van de waarde van de onderneming?
  • Vermogens- en inkomenspositie: wat behoort tot jouw privé- en zakelijk vermogen? Waaruit bestaat het gezinsinkomen? Heb je kinderen?
  • Pensioenen: welke regelingen hebben jij en je partner gesloten? Is er een tot 1 juli 2017 opgebouwd pensioen in eigen beheer? Welke aanspraken hebben jullie beiden opgebouwd voor en tijdens het huwelijk?
  • Fiscaliteit: wat zijn de fiscale gevolgen van de scheiding? Moet je fiscaal afrekenen over de waarde van het bedrijf? Op welke fiscale valkuilen moet je alert zijn?

Ga regelmatig na of jouw huwelijksvermogensregime nog wel past bij jouw zakelijke en privébelangen.
Let op! Sinds 1 januari 2018 is voor nieuw te sluiten huwelijken de beperkte gemeenschap van goederen de standaard. In plaats van één gemeenschappelijk vermogen is sprake van drie vermogens: een huwelijksvermogen en een afzonderlijk vermogen voor ieder van de echtgenoten. Voorhuwelijks ondernemingsvermogen valt niet in de beperkte gemeenschap (zie ook de Advieswijzer Nieuw huwelijksvermogensrecht). Door de nieuwe wettelijke regeling is het overeenkomen van huwelijkse voorwaarden over het algemeen van nog groter belang.

Huwelijkse- of partnerschapsvoorwaarden
Zonder huwelijkse of partnerschapsvoorwaarden valt de (waarde van de) onderneming in de te verdelen gemeenschap; met uitzondering van het voorhuwelijks ondernemingsvermogen bij een beperkte gemeenschap van goederen. Wellicht heb je in jouw huwelijkse of partnerschapsvoorwaarden wel specifieke bepalingen opgenomen over de gerechtigdheid tot het eigen bedrijf. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een verrekenbeding, waarbij de waarde van het geheel of van een gedeelte van de onderneming moet worden verrekend.
Het kan dus zomaar zijn dat je als ondernemer de waarde van jouw onderneming moet delen met jouw (ex-)partner. De activa/passiva van het bedrijf dienen hiervoor reëel te worden gewaardeerd. De scheiding brengt het risico met zich mee dat het uitkopen van de ex-partner ten koste kan gaan van de continuïteit van het bedrijf. Als het bedrijf dan ook de belangrijkste inkomensbron is, is het zaak te zoeken naar passende oplossingen. Denk hierbij ook aan het (tijdelijk) aanhouden van een belang in de onderneming door jouw ex-partner. Maar ook aan het verrekenen van andere bezittingen of het overnemen van schulden.
Ga na of bij een bedrijfsfinanciering ook privézekerheden, bijvoorbeeld een hypotheek op de woning, zijn verstrekt. Dit vraagt dan om extra aandacht bij de afwikkeling van de scheiding.

Verevening van pensioenrechten
Bij een echtscheiding heeft de ex-partner van de ondernemer/dga in principe recht op de helft van het ouderdomspensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd. Daarnaast heeft de ex-partner recht op een bijzonder partnerpensioen/nabestaandenpensioen.

Tip: Je bent vrij om samen met jouw ex-partner een andere verdeling af te spreken of zelfs te besluiten niet tot verdeling van het pensioen over te gaan. Wijk je af van de standaardverdeling, dan moet dit wel zijn vastgelegd in de huwelijkse voorwaarden of in het echtscheidingsconvenant.

Bij pensioen in eigen beheer spelen enkele belangrijke zaken nu verdere opbouw sinds 1 juli 2017 niet meer mogelijk is. Kies je ervoor om het pensioen in eigen beheer ongewijzigd te laten (zonder verdere opbouw) en ga je scheiden, dan blijft jouw ex-partner voor zijn of haar deel van het reeds opgebouwde pensioen in eigen beheer afhankelijk van het reilen of zeilen van jouw bv. De bv is en blijft immers in dit geval de pensioenuitvoerder. Omdat dit nadelig kan zijn voor jouw ex-partner, kan deze ex-partner eisen dat het pensioenaandeel elders wordt ondergebracht. Jij en jouw bv moeten hieraan meewerken. Dit is alleen anders als door afstorting van het pensioen de continuïteit van jouw onderneming aantoonbaar in gevaar komt. Bovendien kan het afstorten er niet voor zorgen dat jouw eigen pensioen in gevaar komt.

Tip: Jouw (ex-)partner en jij zijn overigens te allen tijde vrij om te kiezen voor een alternatieve financiële oplossing.

Kies je ervoor om de pensioenaanspraak in eigen beheer af te kopen met een belastingkorting of om te zetten in een oudedagsverplichting, dan verliest jouw partner zijn of haar rechten op een deel van het in eigen beheer opgebouwde ouderdomspensioen (partnerpensioen). Jouw partner dient daarvoor wellicht ‘passend’ te worden gecompenseerd. ‘Passend’ kan ook betekenen dat je samen met jouw partner schriftelijk vastlegt dat compensatie (uitsluitend) plaatsvindt wanneer je overlijdt of bij echtscheiding.

Let op! In bepaalde situaties is de partnercompensatie belast als periodieke uitkering en/of aftrekbaar als onderhoudsverplichting.

Alimentatie
Ook na een echtscheiding hebben jouw ex-partner en jij de plicht voor elkaar en de kinderen te zorgen door bij te dragen in de kosten van levensonderhoud (alimentatie). Voor het berekenen van de (kinder)alimentatie zijn speciale richtlijnen. Een draagkrachttabel is daar onderdeel van. Ouders die gaan scheiden, hoeven minder kinderalimentatie te betalen naarmate zij meer voor de kinderen zorgen.

Partneralimentatie
Wanneer een van de ex-partners niet genoeg inkomsten heeft om van te leven, heeft de ander de plicht om bij te dragen in de kosten. Deze partneralimentatieplicht eindigt in beginsel na verloop van twaalf jaar. Zijn er geen kinderen en was de duur van het huwelijk korter dan vijf jaar, dan is de duur van de alimentatieplicht beperkt tot de duur van het huwelijk. In de toekomst wordt het stelsel van de partneralimentatie mogelijk herzien. In een initiatiefwetsvoorstel, dat momenteel bij de Tweede Kamer in behandeling is, wordt onder meer een beperking van de alimentatieduur voorgesteld.

Let op! Over de hoogte en de duur van de alimentatie kun je met elkaar naar eigen inzicht en mogelijkheden afspraken maken. Neem de afspraken volledig en duidelijk op in een echtscheidingsconvenant. Voorkom discussie over het ondernemersinkomen en de onderlinge draagkrachtverdeling.

Kinderalimentatie
Met ingang van 1 januari 2015 is een aantal kindregelingen afgeschaft, waaronder de aftrek van kosten voor het levensonderhoud van kinderen. Daarnaast kunnen sommige alleenstaande ouders aanspraak maken op een verhoging van het kindgebonden budget. De hervorming van de kindregelingen kan gevolgen hebben voor wie kinderalimentatie betaalt of ontvangt. Een aanpassing van het alimentatiebedrag kan nodig zijn. Verder heeft de Hoge Raad op 9 oktober 2015 beslist dat het kindgebonden budget en de zogeheten alleenstaande ouderkop, niet meer mag worden afgetrokken van de behoefte van de kinderen, maar in zijn geheel moet worden meegenomen bij het vaststellen van de draagkracht van de ouder die het kindgebonden budget ontvangt. Ook dit kan een reden zijn voor herziening van de alimentatie.

Fiscaal partnerschap
Een echtscheiding kan voor de scheidende partners uiteenlopende fiscale consequenties hebben. Op het moment dat je het verzoek tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed hebt ingediend en je ook niet meer op hetzelfde adres ingeschreven staat, ben je geen fiscaal partner meer. Wel mag je in dat jaar nog kiezen om als fiscale partners de belastingaangifte in te vullen. Dit kan het jaar daarop niet meer. Ben je geen fiscaal partner meer dan heeft dit vooral direct gevolgen voor een aantal regelingen in de inkomstenbelasting.

Winst uit onderneming
Behoort het ondernemingsvermogen tot de te ontbinden gemeenschap van de (huwelijks)partners, dan wordt het deel dat volgens het huwelijksvermogensrecht toekomt aan jouw partner bij ontbinding van de gemeenschap geacht te zijn overgedragen tegen reële waarde. Over de fiscale meerwaarde (goodwill en stille reserves) van dit deel van de onderneming moet je als ondernemer dan afrekenen. Onder voorwaarden hoeft er echter niet te worden afgerekend en geldt er een belastingvrije doorschuiffaciliteit.

Terbeschikkingstelling (TBS)
Als je een vermogensbestanddeel (zoals een pand) ter beschikking stelt aan de onderneming, aanmerkelijkbelangvennootschap of werkzaamheid van een verbonden persoon, dan is op dit vermogensbestanddeel de TBS-regeling van toepassing. Partners gelden voor de TBS-regeling als verbonden personen. De positieve en negatieve voordelen behaald met dit vermogensbestanddeel vormen dan belastbaar resultaat uit overige werkzaamheid (box 1). Met de echtscheiding eindigt de verbondenheid en de terbeschikkingstelling en vindt over het betreffende (aandeel in het) TBS-vermogen een fiscale afrekening plaats, tenzij er een doorschuiffaciliteit (fiscale begunstiging) van toepassing is. Bij huwelijkse voorwaarden speelt dit vaak niet. Het vermogensbestanddeel behoort tot je vermogen en alleen jij hebt te maken met de TBS-regeling.

Aanmerkelijk belang
Hebben jouw partner en jij een aanmerkelijk belang (AB), dan kan de scheiding tot gevolg hebben dat bij een of beide partners niet langer sprake is van een aanmerkelijk belang. Op dat moment is sprake van een fictieve vervreemding in de zin van de AB-heffing met een fiscale afrekening tot gevolg. Onder voorwaarden geldt ook hier een doorschuiffaciliteit.

Eigen woning
Bij een echtscheiding verlaat doorgaans een van de partners de woning. Op dat moment is deze woning voor de vertrekkende partner geen hoofdverblijf meer en daarmee zou voor dit aandeel in de woning de eigenwoningregeling en bijbehorende hypotheekrenteaftrek komen te vervallen. Máár, op voorwaarde dat de ex-partner in de woning blijft wonen, blijft de eigenwoningregeling op grond van de scheidingsregeling nog maximaal twee jaar na vertrek gelden. Naast de scheidingsregeling zijn er ook nog vele fiscale valkuilen als er een eigen woning in het spel is. Zo kan de aftrekbaarheid van de eigenwoningrente (deels) in gevaar komen als hierover geen goede afspraken zijn gemaakt.

Tot slot
Een echtscheiding vraagt om goede fiscale begeleiding. Er zijn veel regels om rekening mee te houden. Voor meer informatie neem gerust contact op  met Margreet Claassen van onze fiscale afdeling.

2018-09-11T08:19:32+00:00 11 september, 2018|