Staatssecretaris Wiebes heeft de Tweede Kamer geïnformeerd over de toepassing van de BTW-vrijstelling voor werkzaamheden van verpleegkundigen. De Kamerbrief volgt naar aanleiding van twee uitspraken van de Hoge Raad die een fundamentele wijziging voor de BTW-vrijstelling voor zorgverleners tot gevolg had.

In het eerste arrest oordeelde de Hoge Raad dat een verpleegkundige (ZZP’er) met een hbo-opleiding tot anesthesiemedewerker, die op grond van ‘overeenkomsten van opdracht’ werkzaamheden als anesthesieverpleegkundige verrichtte in en voor een ziekenhuis, geen BTW hoefde te voldoen (HR 13 juni 2014, nr. 13/05580). De verrichte werkzaamheden vallen immers onder de in de Wet op de Omzetbelasting opgenomen vrijstelling voor medische beroepsbeoefenaren die onder de Wet BIG (Wet Beroepen Individuele Gezondheidszorg) valt.  De Hoge Raad stelde dat er echter aan een aantal voorwaarden moet worden voldaan. Zo dient de verpleegkundige de werkzaamheden als zelfstandig ondernemer te  verrichten en mag er tussen de opdrachtgever en opdrachtnemer geen juridische band bestaan waaruit een ondergeschiktheid ontstaat ten aanzien van arbeids- en bezoldigingsvoorwaarden.

In een ander arrest oordeelde de Hoge Raad dat de maatschap van operatieassistenten en anesthesiemedewerkers vrijgesteld is van BTW voor de werkzaamheden van diens medewerkers op grond van een overeenkomst van opdracht. Er is geen sprake van het ter beschikking stellen of uitlenen van personeel of arbeidskrachten, doordat de werkzaamheden naar hun aard een wezenlijk, inherent en onafscheidbaar deel van aan patiënten geboden vrijgestelde medische verzorging vormen.

Uitzendbureaus die medisch personeel tegen vergoeding uitlenen blijven BTW verschuldigd over het tijdelijk uitlenen van personeel. De BTW-vrijstelling voor ZZP’ers is ingegaan met ingang van 13 juni 2014, zo besluit de Staatssecretaris.