U voldoet niet aan het melden van de betalingsonmacht door enkel het feit dat u de belasting niet betaalt. Hiervoor kunnen immers ook andere redenen zijn. Gerechtshof Arnhem heeft dit recent bepaald.

In deze zaak ging het om een bv die de loonheffingen over augustus 2007 tot en met februari 2008 niet betaalde. De bestuurder maakte echter geen melding van eventuele betalingsonmacht. De inspecteur legde daarom naheffingsaanslagen loonbelasting op, maar de bv betaalde deze naheffingsaanslagen ook niet. Voor de ontvanger was dit reden om de bestuurder op 6 april 2009 aansprakelijk te stellen voor de niet-betaalde naheffingsaanslagen. De bestuurder vond deze aansprakelijkheid niet terecht. Door het niet betalen van de loonheffingen was de Belastingdienst immers op de hoogte van zijn betalingsmoeilijkheden.

Vermoeden van betalingsonmacht
Het gerechtshof gaf aan dat in de wet was opgenomen dat de bestuurder melding moest maken van eventuele betalingsonmacht. Meldde de bestuurder dat niet, dan kon de fiscus ervan uitgaan dat het niet betalen van de belasting aan de bestuurder te wijten was (zogenoemd bewijsvermoeden). De Belastingdienst kon uit het niet betalen van de loonheffingen niet halen dat er sprake was van betalingsonmacht. De bv kon namelijk ook andere redenen hebben gehad om de loonheffingen niet te betalen. Het melden van eventuele betalingsonmacht was dus echt noodzakelijk. Daarnaast stelde de rechter dat het bewijsvermoeden niet in strijd was met het Europees Recht. De inspecteur kreeg dus gelijk.

Wanneer u de betalingsonmacht juist heeft gemeld, bewaar de bewijsstukken hiervan zodat de Belastingdienst hier later geen discussie over kan beginnen.