Beperken eigen bijdrage AWBZ

Jaren geleden moest iemand die beschikte over vermogen en opgenomen werd in een AWBZ-instelling, zijn vermogen ‘opeten’. Die regeling werd destijds afgeschaft. Op 1 januari 2013 is deze echter weer ingevoerd. Hoe zit dat?

Verzamelinkomen. De verschuldigde eigen bijdrage AWBZ is onder andere afhankelijk van het ‘verzamelinkomen’. Dat is het inkomen uit werk en woning (box 1), aanmerkelijk belang (box 2) en inkomen uit sparen en beleggen (box 3) samen.

Peiljaar. Daarbij gaat het om het inkomen uit het peiljaar: het jaar gelegen twee jaar voor het jaar waarover de bijdrage is verschuldigd. Tip. Als het inkomen nadien fors is gedaald, kunt u om een verlaging van de bijdrage verzoeken.

Vermogensinkomensbijtelling. Sinds 1 januari 2013 moet bij de bepaling van het verzamelinkomen mogelijk ook rekening worden gehouden met een verhoogde vermogensinkomensbijtelling: dit is een extra bijdrage van 8% van uw belastbare box 3-vermogen op 1 januari van het peiljaar. Dat is het vermogen boven de voor u geldende vrijstelling in box 3. De vrijstelling is thans ruim € 21.000,- voor een alleenstaande en het dubbele voor een echtpaar. Voor een 65-plusser kan nog een extra vrijstelling gelden, de ‘ouderentoeslag’.

Wat kunt u doen om de vermogensinkomensbijtelling te beperken of zelfs te voorkomen? Je kan je box 3 vermogen door de volgende adviezen beperken.

Eigen woning. Maatgevend is het box 3-vermogen. De woning die eigendom is van u en uw partner en waarin u woont, behoort daar niet toe. Als uw partner in de woning blijft wonen nadat u bent opgenomen in een AWBZ-instelling, blijft uw aandeel in de woning nog gedurende twee jaar een eigen woning. Bestaat uw vermogen dus uit uw woning, dan leidt dat niet direct tot de vermogensinkomensbijtelling.

Woning verkocht. Dat wordt anders als de woning wordt verkocht.  Let op. Ook verkoop van de blote eigendom van de woning aan de kinderen onder voorbehoud van het vruchtgebruik leidt tot verlies van de ‘eigen woningstatus’. Bij verkoop van de woning is van belang de peildatum van 1 januari in het oog te houden. Verkoop eind december is af te raden. Verkoop op 2 januari bespaart de bijtelling over een heel jaar.

Vrijgesteld vermogen. U kunt een deel van uw vermogen ook beleggen in vermogen dat vrijgesteld is voor box 3, bijvoorbeeld groensparen.

Heeft u een eigen BV? Als u een eigen BV heeft, kunt u overwegen een deel van uw box 3-vermogen als kapitaal in de BV te storten. Dat is het meest gunstige om de eigen bijdrage voor de AWBZ te beperken.

Schenken aan kinderen. Schenkingen aan kinderen verminderen het box 3-vermogen. Zowel door geld over te maken, als door schuldigerkenning op papier met een notariële akte. Voordeel van deze laatste variant is dat u over uw vermogen kunt blijven beschikken. Let op. Voor zover er meer wordt geschonken dan het jaarlijks belastingvrij te schenken bedrag, is er schenkbelasting verschuldigd.

In testament regelen. Vaak krijgt bij overlijden de langstlevende ouder alle goederen en krijgen de kinderen een niet-opeisbare vordering. Het is raadzaam om bij testament te regelen dat die vordering opeisbaar wordt bij opname van de langstlevende in een AWBZ-instelling. Door betaling van die vordering kan de langstlevende zijn box 3-vermogen dan beperken.

Denkt u dat dit op u van toepassing is? Wij begeleiden u graag in dit traject.

2016-10-06T05:05:12+00:00 25 april, 2013|