Als gevolg van het vervallen van de landbouwregeling per 1 januari 2018 gelden voor landbouwers, veehouders, tuinbouwers en bosbouwers nu de algemene btw-regels. Deze ondernemers moeten dus ook vanaf 1 januari 2018 een btw-administratie gaan bijhouden, een aangifte omzetbelasting indienen en omzetbelasting afdragen. Uiteraard staat daartegenover dat ze ook recht hebben op aftrek van de btw voordruk. Hiervoor is zelfs overgangsrecht getroffen.

Vanaf 2018 moeten agrarische ondernemers over hun belaste prestaties gewoon btw in rekening brengen aan hun afnemers. Voor veel agrarische prestaties geldt een tarief van (vooralsnog) 6%. In verband met het recht op btw-aftrek zijn er nieuwe regels voor de aftrek over investeringsgoederen die vóór 1 januari 2018 al in gebruik zijn genomen en investeringsgoederen die op 1 januari 2018 nog niet in gebruik zijn genomen. Agrariërs kunnen niet alleen de na 1 januari 2018 betaalde btw terugkrijgen, maar in principe ook de herzienings-btw. Het is wel van belang dat zij dit recht op aftrek van herzienings-btw in één keer benutten. Dit gaat dan via een btw-aangifte over een zelf te kiezen belastingtijdvak dat begint in 2018.