Heeft uw BV in 2016 winst behaald, maar was 2017 fiscaal verliesgevend? Dan kunt u uw belastingteruggaaf naar voren halen. Hoe werkt dat?

Verliesverrekening.
Heeft uw BV fiscaal verlies behaald, dan kan dit verlies enkel met de belastbare winst van het voorgaande jaar worden verrekend. Vervolgens wordt het verlies van de BV verrekend met de winsten in de negen volgende kalenderjaren.

Stel dat uw BV het jaar 2017 fiscaal met verlies heeft afgesloten, omdat uw BV (eenmalig) hoge kosten heeft gehad voor bijvoorbeeld onderhoudswerkzaamheden of omdat de marktomstandigheden slecht waren.

In dat geval moet de Belastingdienst bij het opleggen van de aanslag vennootschapsbelasting 2017 het verlies in een verliesbeschikking vaststellen. Bent u het niet met deze beschikking eens? Dan kunt u tegen deze verliesbeschikking bezwaar maken.

Pas als de belastinginspecteur de aanslag heeft opgelegd, gaat hij over tot het daadwerkelijk verrekenen van het verlies. Ook deze verrekening wordt vastgesteld in een beschikking waartegen u bezwaar kunt maken. In de praktijk blijkt echter dat over deze verrekening al snel maanden of soms zelfs jaren heen kunnen gaan. Gedurende deze periode moet u dus op uw geld wachten.

Voorlopige verliesverrekening.
Dit kunt u voorkomen door om een voorlopige verliesverrekening te vragen. Als u de aangifte vennootschapsbelasting van uw BV indient, kunt u namelijk een verzoek doen om voorlopige verliesverrekening. De Belastingdienst zal dan voorlopig 80% van het verlies verrekenen met de winst van het voorgaande jaar. Om hiervoor in aanmerking te komen, moet de aangifte over het verliesgevende jaar ingediend zijn en moet de belastingaanslag over het jaar waarmee het verlies wordt verrekend, definitief vaststaan. De resterende 20% van het verlies zal verrekend worden als de aanslag vennootschapsbelasting over het verliesjaar definitief wordt opgelegd.