Het tijdelijk verlagen van de invorderings- en belastingrente kost de schatkist 276 miljoen euro. Vanaf 1 oktober 2020 wordt de belastingrente weer verhoogd. De invorderingsrente blijft 0,001% tot nadere orde.

Rente op 0,01%

Vanwege de coronacrisis verlaagde het kabinet de invorderingsrente dit voorjaar van 4% naar 0,01%. Ook de belastingrente (normaal 8% voor de VPB) werd op 0,01% gezet. Op Prinsjesdag werd bekend dat de invorderingsrente tot 31 december 2021 zo laag blijft. De belastingrente gaat per 1 oktober 2020 echter naar 4%. Vanuit de Kamer kwamen vragen waarom voor beide rentes een verschillend regiem wordt gehanteerd.

Minister Hoekstra antwoordt: ‘Belastingrente en invorderingsrente dienen verschillende doelen. Belastingrente kan in rekening worden gebracht als een belastingaanslag niet op tijd of niet (meteen) op het juiste bedrag kan worden vastgesteld. Belastingrente dient derhalve als prikkel voor belastingplichtigen om op tijd en juist aangifte te doen óf om (tijdig) om een voorlopige aanslag te verzoeken.’ Belastingrente is een grote inkomstenbron voor de overheid. In het jaar 2019 ontving de fiscus bijvoorbeeld € 662 miljoen aan belastingrente.

Belastingrente naar 4 Procent

Hoekstra stelt dat ondernemers wisten dat de belastingrente weer binnen enkele maanden verhoogd zou worden en dat zij zich hierop hebben kunnen voorbereiden: ‘Het is belangrijk tijdig en juist belastingaanslagen te kunnen vaststellen, met het oog op het vasthouden van de goede belastingmoraal. Om deze reden heeft het kabinet besloten het percentage belastingrente per 1 oktober 2020 te laten terugveren naar het oorspronkelijke percentage van 4. Voor de vennootschapsbelasting geldt dat vanaf 1 oktober 2020 niet wordt teruggekeerd naar het oorspronkelijke percentage van 8, maar dat tot en met 31 december 2021 ook een percentage van 4 komt te gelden.’

Invorderingsrente blijft 0.01%

Invorderingsrente dient een ander doel dan belastingrente. Ze wordt in rekening gebracht op het moment dat de betaaltermijn van een belastingaanslag (die op dat moment dus per definitie al is vastgesteld) is verstreken. Hiermee dient invorderingsrente als prikkel voor belastingschuldigen om op tijd hun belastingschulden te betalen. Hoekstra: ‘De COVID-19-crisis heeft tot gevolg dat bedrijven hard in hun economische positie zijn en worden geraakt, bijvoorbeeld door substantieel omzetverlies of zelfs tijdelijke sluiting. Hierdoor viel voor veel bedrijven gedurende een bepaalde periode een gedeelte van de inkomsten weg (of zelfs alle inkomsten). Voor veel van die bedrijven verdwijnt hierdoor tevens de mogelijkheid om belastingaanslagen te voldoen. Om deze bedrijven in acute nood te helpen is het beleid van uitstel van betaling van belastingschulden tijdelijk versoepeld, met daaraan gekoppeld een verlaagd percentage van 0,01 invorderingsrente. Dat verlaagde rentepercentage maakt een beroep op het versoepelde uitstelbeleid laagdrempelig.’